Snel naar: Vormen; Apparatuur; Examens; Callsign; Frequenties

De radioamateur (algemeen)

Een radioamateur of zendamateur, in officiële terminologie radiozendamateur, is een persoon die zich als hobby bezighoudt met experimenteren op het gebied van het uitzenden en ontvangen van radio- en/of televisiesignalen. Hiervoor hebben radioamateurs de beschikking over een officiële zendvergunning. Deze zendvergunning wordt door de overheid toegekend na het slagen voor een officieel examen, waarbij, afhankelijk van het gewenste vergunningsniveau, het kennisniveau met betrekking tot radio-elektronica en regelgeving getoetst wordt.

Een aantal radioamateurs heeft zich in België - op vrijwillige basis - ter beschikking gesteld van de lokale en regionale overheid om bij diverse calamiteiten als verbindingshulp te fungeren.

1) Vormen   (Apparatuur; Examens; Callsign; Frequenties)

Voor het uitzenden wordt een grote verscheidenheid aan modulatievormen gebruikt, van morsecode, FM, Single Side Band (SSB) en AM-spraak, datasignalen zoals telex -signalen (in FSK, AFSK, QAM), slowscantelevisie (SSTV), amateurtelevisie (zowel analoog als digitaal) en Packet Radio.

Radiosignalen zijn elektromagnetische golven, die zich volgens de wetten van Maxwell door de ruimte voortplanten. De voortplanting van radiogolven in de atmosfeer wordt beïnvloed door zonneactiviteit en/of weersinvloeden. Onderzoeken en experimenten naar de voortplanting onder diverse omstandigheden vormen een belangrijk onderdeel van het radiozendamateurisme.

Veel radiogolven zijn niet tot de aarde beperkt: er kunnen verbindingen gemaakt worden via een kunstmaan. Ook de maan (Moon Bounce) en meteoroïden kunnen als passieve reflector gebruikt worden om signalen terug naar de aarde te kaatsen.

2) Apparatuur   (Vormen; Examens; Callsign; Frequenties; Top pagina)

Transceivers

Een radiozendamateur maakt meestal gebruik van een commerciële radiozender en -ontvanger, of kortweg een transceiver (transmitter en receiver). Er is een aantal bekende merken te koop, waaronder Icom, Yaesu, Kenwood, Elecraft, Ten Tec, Flexradio, Anan... De digitalisering heeft ook in deze toepassing zijn weg gevonden. Ondanks het feit dat de meeste commerciële toestellen nog steeds grotendeels gebaseerd zijn op analoge technologie is de Software Defined Radio (SDR) aan een sterke opmars bezig. Bij deze laatste wordt het frequentiespectrum door de antenne aangeboden meteen aan de antenne-ingang gedigitaliseerd. Een wijziging van de software laat toe om op een soepele manier bijkomende functionaliteit in de radio toe te voegen en/of te verbeteren.

Grofweg kunnen transceivers in drie groepen worden ingedeeld:
  • HF-tranceivers, voornamelijk gebruikt voor lange-afstandsverbindingen (DX) op het MF- en HF-gebied, op golflengtes van 160 meter tot 10 meter. Gebruikelijk is een vermogen van 100 watt. Het is echter mogelijk voor bepaalde vergunningsklassen om een groter vermogen (tot maximaal 1500 watt) te gebruiken.

  • VHF-, UHF- en SHF-transceivers, voornamelijk gebruikt voor verbindingen waarbij de twee antennes elkaar kunnen zien (zichtverbindingen). De gebruikelijke golflengtes zijn 6 meter (50 MHz), 2 meter (144 MHz), 70 cm (433 MHz) en 23 cm (1,2 GHz). Het gebruikelijke zendvermogen is 50 watt, maar er worden doorgaans ook grotere vermogens gebruikt, meestal tijdens contesten, radiowedstrijden in amateurjargon.

  • SHF- en EHF-transceivers, deze typen zendontvanger zijn commercieel moeilijk verkrijgbaar; doorgaans wordt de apparatuur zelf gebouwd of omgebouwd. De zendvermogens liggen meestal niet hoger dan 50 watt, gebruikelijk is 10 watt. Deze frequentiebanden worden vaak gebruikt voor amateurtelevisie. Door de grote benodigde bandbreedte voor ATV-signalen worden deze banden zeer frequent gebruikt, omdat deze banden relatief leeg zijn. Er is veel frequentieruimte en er is daardoor weinig onderlinge interferentie.

Antennes

Antennes spelen een belangrijke rol in de activiteit van de radiozendamateur en zijn zonder twijfel zowat het belangrijkste onderdeel van het station. Een groter uitgangsvermogen kan de inefficiëntie van een slechte antenne niet compenseren, bijgevolg loont het de moeite om het antennesysteem zorgvuldig te ontwerpen of uit te kiezen. Het is tevens een van de domeinen waarbij experimenteren het meest loont. Enkele belangrijke antennetypes zijn:
  • Draadantenne (dipool, long wire)
  • Verticale rondstraler (Ground Plane)
  • Horizontale of verticale richtantenne (beam of Yagi)

3) Examens   (Vormen; Apparatuur; Callsign; Frequenties; Top pagina)

Radio(zend)amateurs verkrijgen na het succesvol afleggen van een technisch examen over radiotechniek en geldende regelgeving een machtiging (zendvergunning) van de overheid om de radioapparatuur te bezitten en te gebruiken. Dit heeft als doel om op een veilige en verantwoorde manier zenders en antennes te installeren en te gebruiken waarbij eventuele storingen veroorzaakt door bijvoorbeeld directe instraling snel en doeltreffend kunnen worden aangepakt en opgelost.

Voor de toegang tot de HF-banden was tot in 2003 een succesvol morse-examen benodigd, die voorwaarde is in België op 1 augustus 2003 geschrapt. Tot die tijd moest elke radio-amateur zijn of haar morse (CW) kennis aantonen aan de hand van het seinen en ontvangen van een willekeurige tekst met een snelheid van 12 woorden per minuut.

In België examineert het BIPT, voorheen RTT (Regie van Telegraaf en Telefoon).

In landen die behoren tot de CEPT kan men een HAREC-certificaat behalen dat in meerdere landen geldig is.

Sommige landen erkennen de vergunningen uitgereikt aan radioamateurs die geen morse-examen afgelegd hebben niet of slechts beperkt. Daarom kunnen de erkende verenigingen in België sedert 2 augustus 2006 ook een morseproef afnemen en een bijhorend certificaat afleveren.

4) Callsign of roepletters   (Vormen; Apparatuur; Examens; Frequenties; Top pagina)

Als het examen met goed gevolg is afgelegd mag een aankomend radiozendamateur roepletters (callsign) aanvragen, waarmee hij zich voortaan in al het radioverkeer moet identificeren.

Het eerste deel van deze roepletters, het prefix bestaande uit 2 of 3 tekens, is kenmerkend voor het land. De prefixen beginnend met ON t/m OT zijn toegekend aan België. Binnen deze toewijzing is men per land vrij in het maken van een onderverdeling.

De in België gehanteerde roepnamen:

ON0 Automatische, onbemande stations zoals repeaters, bakens en packetradio-knooppunten.

ON2 Novice licentie Examen ON3 afgelegd voor 15/09/2005 zonder CW. Is een CEPT-erkende vergunning, waardoor gebruik in (veel) andere landen mogelijk is. Alle banden volledig van 160 m tot en met 70 cm met uitzondering van 70 MHz. Zelfbouw en modificatie is toegelaten onder voorwaarden. Apparatuur tot 200W mag gehouden worden maar tot 100W gebruikt.
Toegelaten vermogen maximaal HF 100W - VHF/UHF 50W. Deze vergunning gaat opnieuw ingevoerd worden bij een Harec examen van 50%, maar is nog niet zo, wanneer wel weet het BIPT zelf niet.

ON3 Basisvergunning Beperkte machtiging (geen Novice) 80-m, 40-m, 30-m, 20-m, 15-m, 10-m, 2-m en 70-cm-band alleen met commerciële zendapparatuur. Het maximaal toegelaten zendvermogen bedraagt HF 25 watt - VHF/UHF 50W, let wel: Apparatuur van maximaal 100W output mag gebruikt worden. Met deze vergunning kan men niet naar het buitenland.

ON1, ON4, ON5, ON6, ON7, ON8, ON9 HAREC licentie Volledige machtiging voor alle voor radioamateurs beschikbare frequentiebanden met een zendvermogen tot 1500 watt.

(HAREC of geHarmoniseerd Amateur Radio Examen Certificaat is een examenprogramma voor kandidaat-zendamateurs waarvan de leerstof is opgegeven door het CEPT. Het examen werd in 1991 ingevoerd met als doel de (technische) examenstof voor de vergunning in verschillende landen gelijk te maken. Het is de bedoeling dat wanneer een radioamateur een harec certificaat behaalt in een bepaald land dan zonder problemen een volwaardige vergunning kan aanvragen in een ander land dat de harec-vergunning ook accepteert, en dit zonder in dat land nogmaals een examen te moeten afleggen. De HAREC-vergunning is permanent (tenzij ze wordt afgenomen door bijvoorbeeld wangedrag op frequentie), al moet in de meeste landen elk jaar een vergoeding (”rechten” of ”dossierkosten”) betaald worden.)


OO-->OT licentie: voormalige contestcallsign voor clubstations Nu is het voor een ieder die een HAREC-vergunning heeft mogelijk een speciaal callsign aan te vragen. De OT5x-reeks blijft voorbehouden voor clubstations.

5) Overzicht van de aan radiozendamateurs toegewezen frequenties   (Vormen; Apparatuur; Examens; Callsign; Top pagina)

LF Lange golf (LW/Longwave)

  • 135,7 - 137,8 kHz (2200 meter). Alleen telegrafiesignalen toegestaan.

MF Middengolf (MW/Mediumwave)

  • 472,0 - 479,0 kHz (635 meter). Alleen telegrafiesignalen toegestaan.
  • 1,81 - 1,88 MHz (160 meter).
  • België 1,81 - 2,00 MHz. Telegrafie, digitale data en spraak toegestaan (tussen 1,850 - 2,00 MHz enkel 10W).

HF Korte golf (SW/Shortwave)

  • 3,5 - 3,8 MHz (80 meter). Telegrafie, digitale data en spraak toegestaan, vossenjacht.
  • 5,350 - 5,450 MHz (60 meter). Telegrafie, digitale data en spraak toegestaan. Combinatieband met militaire stations en weerstations, deze mogen niet gestoord worden en hebben altijd voorrang.
  • 7,0 - 7,2 MHz (40 meter). Telegrafie, digitale data, bakens en spraak toegestaan.
  • 10,1 - 10,15 MHz (30 meter). Telegrafie en digitale data toegestaan.
  • 14,0 - 14,35 MHz (20 meter). Telegrafie, digitale data, bakens, spraak en slowscantelevisie toegestaan.
  • 18,068 - 18,168 MHz (17 meter). Telegrafie, digitale data, bakens en spraak toegestaan.
  • 21,0 - 21,45 MHz (15 meter). Telegrafie, digitale data, bakens, spraak en slowscantelevisie toegestaan.
  • 24,89 - 24,990 MHz (12 meter). Telegrafie, digitale data, bakens en spraak toegestaan.
  • 28,0 - 29,7 MHz (10 meter). Telegrafie, digitale data, bakens, spraak, slowscantelevisie en satellietverbinding toegestaan.

VHF Very High Frequency

  • 50 - 52 MHz (6 meter). Telegrafie, bakens, slowscantelevisie, spraak en digitale data toegestaan.
  • 70 - 70,500 MHz (4 meter)
  • 144 - 146 MHz (2 meter). Telegrafie, spraak, bakens, digitale data en slowscantelevisie toegestaan, vossenjacht.

UHF Ultra High Frequency

  • 430 - 440 MHz (70 centimeter). Telegrafie, bakens, slowscantelevisie, spraak en digitale data toegestaan.
  • 1240 - 1300 MHz (23 cm) idem
  • 2320 - 2450 MHz (13 cm) idem

SHF Super High Frequency

  • 3400 - 3475 MHz (9 cm) idem
  • 5650 - 5850 MHz (6 cm) idem
  • 10 - 10,5 GHz (3 cm) idem
  • 24 - 24,25 GHz (1,25 cm) idem

EHF Extreme High Frequency

  • 47 - 47,2 GHz idem
  • 76 - 81,5 GHz idem
  • 122,25 - 123 GHz idem
  • 134 - 141 GHz idem
  • 241 - 250 GHz idem
In België zijn op alle banden alle klassen van uitzending toegestaan. Het BIPT legt geen enkele beperking op, enkel ON2/3/9A mogen geen ATV en DATV.


Bronnen:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Radioamateur
https://www.uba.be/nl/radioamateurisme


 Snel naar: Vormen; Apparatuur; Examens; Callsign; Frequenties; Top pagina


 HOME - START pagina






radioamateur of zendamateur, radiozendamateur, experimenteren met uitzenden en ontvangen van radio- en/of televisiesignalen. Met officiële zendvergunning door overheid toegekend na slagen officieel examen over kennisniveau radio-elektronica en regelgeving. morsecode, FM, Single Side Band (SSB) en AM-spraak, datasignalen zoals telex -signalen (in FSK, AFSK, QAM), slowscantelevisie (SSTV), amateurtelevisie (zowel analoog als digitaal) en Packet Radio. Met Draadantenne (dipool, long wire), verticale rondstraler (Ground Plane), horizontale of verticale richtantenne (beam of Yagi). LF, MF, HF, VHF, UHF, SHF, EHF frequentiebanden. Harec vergunning.